Inhoudstafel Theorie Oefeningen Trefwoorden
Help |  Mijn gegevens  |  Volledig scherm  |    Log in  
31. DEFENSIEF RIJDEN
31.5 Leren kijken
1 / 2   >          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen

31.5 Leren kijken

228

Wie nog niet lang autorijdt heeft de neiging om niet verder te kijken dan enkele meters vóór de motorkap. Als je tijdig een gevaar wil opmerken moet je ver vooruit kijken; je ogen moeten je pedalen beheersen, zo zou je het kunnen uitdrukken.
Hoe sneller je rijdt, hoe nauwer je gezichtsveld wordt. Omdat het gevaar bestaat dat je gaat staren naar één punt, neem je best de gewoonte aan om voortdurend met de ogen te bewegen, zo merk je ook de situatie links en rechts van je beter op. Vergeet vooral ook niet regelmatig in je achteruitkijkspiegels te kijken, want het gevaar komt vaker van achter dan velen denken.
Tijdens het rijden dient zich een massa informatie aan. Informatie die niets te maken heeft met het rijden en het verkeer is in principe nutteloos. 
Maak een onderscheid tussen vaste en bewegende informatie.
* Vaste informatie die je in het oog moet houden: verkeersborden, tekens op de weg, een auto die
   gestopt is voor een zebrapad, geparkeerde voertuigen,... 
* Bewegende informatie vraagt een bijzondere oplettendheid, want de situatie wisselt voortdurend.
 
Als zich een probleem aandient (een slippende auto, een plots overstekend kind,...), fixeer dan niet het obstakel, maar zoek met je ogen naar een veilige ontsnappingsweg en... laat je ogen de pedalen beheersen.

1 / 2   >          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen
 
Feedback
 
Naam
e-mailadres
Beschrijving
Welke stappen leidden tot het probleem