Een ruiter die zich alleen op de openbare weg begeeft moet minstens 14 jaar oud zijn. Vanaf 12 jaar mag je als ruiter op de openbare weg als je vergezeld bent door een een ruiter van minstens 21 jaar.
| |
Ruiters mogen de gelijkgrondse berm volgen die rechts in hun rijrichting ligt, op voorwaarde dat ze andere weggebruikers op de berm niet hinderen. Ze mogen met twee naast elkaar rijden, zowel binnen als buiten de bebouwde kom; het is bewezen dat een paard rustiger is als het naast een ander paard loopt. Verder moeten ruiters het verkeersreglement volgen zoals alle andere weggebruikers.
Als je een ruiter nadert, moet je vertragen en als het paard tekenen van angst vertoont moet je stoppen.
Een groep van minstens 10 ruiters kan begeleid zijn door een groepsleider, te herkennen aan een zwart-geel-rode armband met de vermelding ‘groepsleider’ en een bordje C3. Aan een kruispunt zonder verkeerslichten mag hij het verkeer tegenhouden.