D9 F99b F12a
1. als ik aangereden kom aan dit kruispunt mag ik bij rood licht met mijn wagen plaats nemen in het opstelvak voor fietsers:'
2. deze voetganger:'
3. ik haal twee fietsers in die naast elkaar rijden. ik moet een zijdelingse afstand houden van tenminste:'
4. het is verboden stil te staan:'
5. op sommige wegen voor éénrichtingsverkeer mogen fietsers toch in beide richtingen rijden:'
6. antwoord met juist of fout: een wagen staat stil aan een zebrapad om voetgangers te laten oversteken, ik mag die wagen inhalen.
7. ik rij in een straat en zie spelende kinderen op het trottoir, ik:
8. antwoord met juist of fout: ik sta aan de lichten en het is net groen geworden. er zijn nog voetgangers op het zebrapad aan het oversteken. ik mag alvast doorrijden.
9. vul in met 'meestal' of 'altijd': ik moet x stoppen voor voetgangers die op het punt staan over te steken.
10. antwoord met 'verplicht' of 'niet verplicht': fietsers zijn x met een gebaar van de arm aan te geven dat ze van richting gaan veranderen.
11. aan een verkeerslicht met dit verkeersbord:
12. voorbij dit bord:
13. ik mag hier op het fietspad rijden om een wagen die links afslaat rechts in te halen: