Op de dag van het examen moet je bij je hebben:
-
je identiteitsbewijs,
-
je voorlopig rijbewijs dat sinds minstens 3 maanden werd afgeleverd,
-
het identiteitsbewijs en het rijbewijs van je begeleider indien je het praktisch examen aflegt met je eigen voertuig, alsook het inschrijvingsbewijs, het verzekeringsbewijs en eventueel het schouwingsbewijs van je voertuig.
Het voertuig waarmee je het examen aflegt, moet voorzien zijn van:
-
4 wielen en ten minste 3 plaatsen
-
het symbool 'L' (wit op blauw);
-
een tweede verstelbare binnenachteruitkijkspiegel; het spiegeltje in de zonneklep telt nièt!