Inhoudstafel Theorie Oefeningen Trefwoorden
Help |  Mijn gegevens  |  Volledig scherm  |    Log in  
18. REMMEN
18.3 Remmen met de voetrem
1 / 2   >          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen

18.3 Remmen met de voetrem

167

• Als je snelheid niet hoger is dan ± 20 km/u (bv. in een file), moet je ontkoppelen als je wil remmen, anders zal de motor blokkeren.  

Als je niet sterk moet afremmen, bouw dan de remkracht op door geleidelijk harder op het rempedaal te duwen. Als je niet hoeft te stoppen, ontkoppel dan en schakel terug naar de gepaste lagere versnelling. Moet je wel stoppen, rem dan verder af en ontkoppel tijdig, d.w.z. voordat de motor blokkeert door een te lage overbrengingskracht.  

Als je sterk moet afremmen, druk dan al in het begin van de remfase het pedaal voldoende krachtig in, zo verlies je al meteen heel wat snelheid.
Als je er de tijd en de ruimte voor hebt, rem dan met tussenpozen; het aan- en uitgaan van de remlichten trekt de aandacht van de achterliggers.  

Als je een noodstop moet maken druk je gelijktijdig met volle kracht het rempedaal en het koppelingspedaal in, terwijl je je met je armen schrap zet tegen het stuur. In deze situatie zullen de vier wielen van de auto blokkeren en de auto zal onbestuurbaar worden, d.w.z. gewoon zijn eigen weg volgen, pal rechtdoor.  


1 / 2   >          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen
 
Feedback
 
Naam
e-mailadres
Beschrijving
Welke stappen leidden tot het probleem