Inhoudstafel Theorie Oefeningen Trefwoorden
Help |  Mijn gegevens  |  Volledig scherm  |    Log in  
18. REMMEN
18.2 Remmen op de motor
1 / 1   |>>          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen

18.2 Remmen op de motor

166

Door terug te schakelen naar een lagere versnelling en onmiddellijk maar geleidelijk de koppeling weer te laten aangrijpen (‘pakken’), rem je ‘op de motor’.  

Het voordeel van deze manier van remmen is dat de wielen niet kunnen blokkeren. Maar er zijn ook nadelen: je remlichten gaan niet aan, en dus worden de achterliggers niet verwittigd; en als je bruusk terugschakelt zal je koppeling abnormaal verslijten en bestaat het gevaar dat je gaat slippen.  

Om veilig op de motor te remmen ga je als volgt te werk:
          Los het gaspedaal, druk zachtjes op de rem, ontkoppel en schakel terug naar een lagere 
            versnelling: van 5de naar 4de bij 80 km/u, van 4de naar 3de bij 60 km/u, van 3de naar
            2de bij 40 km/u en eventueel van 2de naar eerste als je minder dan 20 km/u rijdt.
          Na het terugschakelen laat je de koppeling loskomen tot het aangrijpingspunt; hou ze daar 
           even vast en laat ze dan helemaal los.
          Blijf tijdens het koppelen lichtjes op de rem drukken om de remlichten te laten werken. 
            Los het rempedaal pas als je ook het ontkoppelingspedaal gelost hebt.  

Deze remtechniek is zeer geschikt als je een steile helling afrijdt. In principe rij je een helling best af in dezelfde versnelling als die waarmee je die helling zou oprijden. Als je in een afdaling je remmen voortdurend gebruikt, gaan die al vlug oververhit raken en... dan werken ze niet meer!


1 / 1   |>>          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen
 
Feedback
 
Naam
e-mailadres
Beschrijving
Welke stappen leidden tot het probleem