Elke zijdelijngse verplaatsing moet je vooraf en tijdig kenbaar maken door je richtingaanwijzers aan te zetten.
Zodra het uitwijkmanoeuvre gebeurd is en je dus weer ‘rechtdoor’ rijdt, moet je de richtingaanwijzers weer afzetten.
Een paar voorbeelden: * een stilstaand voertuig voorbijrijden
* een auto, een fietser,... inhalen
*
parkeren
* van een parkeerplaats wegrijden, omkeren...
Er bestaat echter een belangrijke uitzondering op de algemene regel voor het gebruik van de richtingaanwijzer: bij het oprijden van een rotonde verander je eigenlijk van richting, maar ben je toch niet verplicht de richtingaanwijzer te gebruiken. Opgelet: bij het verlaten van een rotonde ben je wel steeds verplicht de richtingaanwijzers te gebruiken.
De richtingaanwijzers zijn een belangrijk communiecatiemiddel in het verkeer; je laat er andere weggebruikers je bedoelingen mee kennen.