Voorrang hebben wil zeggen dat je die voorrang mag nemen op voorwaarde dat je dat voorzichtig doet. Voorrang is dus geen onvoorwaardelijk recht. Je hebt voorrang in de volgende gevallen:
B9 B11 | 1. Op een voorrangsweg Een voorrangsweg wordt aangeduid door het bord B9; na elk kruispunt wordt het bord herhaald. Een bord B11 (B9 doorstreept) duidt aan dat de voorrang ophoudt aan het volgende kruispunt. | |
| | Soms wordt de loop van een voorrangsweg weergegeven door een dikke witte streep op een blauw onderbord. |
 B13 | De plaats waar de voorrang ophoudt kan nader gepreciseerd worden door een onderbord. De voorrang wordt dan geregeld door bvb een omgekeerde driehoek, een stopbord, een driehoek met ‘voorrang van rechts’, ... |
| B15a | 2. Bij een bord B15 met het voorrangsteken Dit verkeersbord duidt een kruispunt aan van wegen met een duidelijk verschillend belang; je rijdt op een ‘hoofdweg’ die voorrang heeft op een minder belangrijke ‘zijweg’. | |