Als je auto stilstaat of geparkeerd is op de rijbaan of op de berm tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en overdag als de zichtbaarheid ten gevolge van gelijk welke omstandigheid minder dan 200 meter bedraagt:
• hoef je geen lichten aan te steken als de openbare verlichting voor een
zichtbaarheid van tenminste 100 m zorgt.
• als er geen of onvoldoende openbare verlichting is, steek dan je standlichten aan.
• Als je bij mist, sneeuwval of felle regen stilstaat of parkeert mag je vooraan je dimlichten
of voormistlichten gebruiken en achteraan je achtermistlichten laten branden om
je voertuig duidelijker zichtbaar te maken voor de andere weggebruikers.