De neiging om de grootlichten aan te steken is begrijpelijk, want ze reiken heel wat verder dan de dimlichten. Maar er zijn omstandigheden waarin je verplicht bent te dimmen, d.w.z. overschakelen van de grootlichten naar de dimlichten (kruislichten).
1. Als je een tegenligger (voetganger, fiets, brommer, auto,...) nadert.
2. Zodra een tegenligger met de lichtclaxon (grootlichten aan en uit) te kennen geeft
dat je grootlichten hem verblinden, ook al is hij nog ver weg.
3. Als je een voorligger op minder dan 50 meter blijft volgen.
4. Als de openbare verlichting voldoende is om duidelijk te zien over een afstand van
ongeveer 100 meter. Dat zal vaak het geval zijn binnen de bebouwde kommen en
op de verlichte delen van de autosnelwegen.
Een tip: kijk niet rechtstreeks in de lichten van een tegenligger, maar enigszins weg naar rechts beneden tot de tegenligger voorbij is.
Zo vermijd je verblinding of een korte periode van slechter zicht waarin je ogen zich moeten aanpassen van sterk licht naar donker.