Inhoudstafel Theorie Oefeningen Trefwoorden
Help |  Mijn gegevens  |  Volledig scherm  |    Log in  
10. LICHTEN EN REFLECTOREN
10.3 De grootlichten dimmen
1 / 1   |>>          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen

10.3 De grootlichten dimmen

117

De neiging om de grootlichten aan te steken is begrijpelijk, want ze reiken heel wat verder dan de dimlichten. Maar er zijn omstandigheden waarin je verplicht bent te dimmen, d.w.z. overschakelen van de grootlichten naar de dimlichten (kruislichten).  
 
1.         Als je een tegenligger (voetganger, fiets, brommer, auto,...) nadert.
2.         Zodra een tegenligger met de lichtclaxon (grootlichten aan en uit) te kennen geeft
            dat je grootlichten hem verblinden, ook al is hij nog ver weg.
3.         Als je een voorligger op minder dan 50 meter blijft volgen.
4.         Als de openbare verlichting voldoende is om duidelijk te zien over een afstand van
            ongeveer 100 meter. Dat zal vaak het geval zijn binnen de bebouwde kommen en
            op de verlichte delen van de autosnelwegen.
 
Een tip: kijk niet rechtstreeks in de lichten van een tegenligger, maar enigszins weg naar rechts beneden tot de tegenligger voorbij is.
Zo vermijd je verblinding of een korte periode van slechter zicht waarin je ogen zich moeten aanpassen van sterk licht naar donker.

1 / 1   |>>          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen
 
Feedback
 
Naam
e-mailadres
Beschrijving
Welke stappen leidden tot het probleem